De wettelijke minimumleeftijd van 18 jaar voor alcoholconsumptie is in veel landen ingesteld om verschillende belangrijke redenen. Ten eerste sluit dit aan bij wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat de hersenen, met name de gebieden die verantwoordelijk zijn voor besluitvorming en impulsbeheersing, zich blijven ontwikkelen tot in de vroege twintig. Alcoholgebruik vóór deze fase kan een negatieve invloed hebben op de cognitieve en emotionele ontwikkeling.
Ten tweede begrijpen jongere mensen vaak minder goed de risico’s die gepaard gaan met alcoholgebruik, zoals verslaving, verminderde oordeelsvorming of gezondheidsproblemen op de lange termijn, zoals leverschade. Een leeftijdsgrens helpt om de kans op ongelukken en risicovol gedrag, zoals rijden onder invloed, te verkleinen, wat een belangrijke oorzaak is van sterfgevallen onder tieners.
Tot slot is het beperken van toegang tot alcohol tot de volwassenheid een maatschappelijke maatregel die verantwoord drinkgedrag stimuleert en blootstelling aan alcoholgerelateerde schade op een kwetsbare leeftijd vermindert.